
Cormac Russell is boos. Niet zomaar boos, maar precies zo boos als alleen iemand kan zijn die vindt dat de wereld systematisch verkeerd in elkaar zit. In zijn boek ‘Rekindling Democracy’ richt hij zijn pijlen op de gemakzuchtige reflex om voor elk maatschappelijk probleem een professional in te schakelen. Russell stelt terecht dat dit resulteert in apathie en hulpeloosheid onder burgers, alsof democratie iets is wat je bestelt bij een loket van de overheid, inclusief retourbeleid bij tegenvallende resultaten.
Russell predikt daarom een radicale ommekeer: geef het stuur terug aan de burger, pak hun initiatief niet af met goedbedoelde betutteling, en zie gemeenschappen als een krachtbron in plaats van een probleemgebied. Dat klinkt logisch, maar het staat haaks op hoe we decennialang zijn opgevoed met het idee dat experts beter weten wat goed voor ons is dan wijzelf. Russell’s boodschap is duidelijk: vertrouw op bewoners, zelfs—of juist—wanneer ze geen diploma’s hebben om aan de muur te hangen.
Hij noemt dit een “democratische inversie”, een term die precies vat hoe we in het Westen onze samenleving hebben ingericht: professionals boven burgers, instituten boven gemeenschappen. Professionals worden gezien als leveranciers van diensten, waarbij burgers vooral consumeren wat hen wordt aangeboden. Deze benadering, stelt Russell, creëert een samenleving waarin mensen steeds meer hun eigen potentieel vergeten en zich afhankelijk voelen van externe hulp. Daarmee verdwijnt het essentiële vertrouwen dat nodig is voor een veerkrachtige gemeenschap.
Neem bijvoorbeeld de zorg. In Nederland houden we van protocollen en het afvinken van lijstjes. Zorg is iets geworden dat vooral in handen ligt van professionals, specialisten die het beter lijken te weten. Maar Russell daagt ons uit: wat als we bewonersinitiatieven echt serieus nemen en buurtbewoners zelf laten bepalen wat zij nodig hebben aan zorg en welzijn? Dat klinkt utopisch, en natuurlijk heeft niet iedereen zin of tijd om voor zijn zieke buurvrouw te zorgen, maar Russell prikt pijnlijk effectief door onze neiging heen om elke ongemakkelijkheid direct naar de zorgprofessional door te schuiven.
Er is iets ongemakkelijks, maar ook verfrissends aan zijn pleidooi: het idee dat zorg niet alleen een systeem is, maar ook iets relationeels, iets wat in buurten en straten kan ontstaan en bloeien, mits we ophouden het dood te regisseren vanuit kille kantoorcomplexen. Zijn voorbeelden van gemeenschappen waarin mensen actief verantwoordelijkheid nemen voor elkaar, laten zien hoe krachtige en duurzame zorg kan ontstaan wanneer de bureaucratische lagen worden weggehaald.
Russell pleit ook voor een benadering waarin professionals hun eigen rol radicaal anders gaan zien. In plaats van leidend en sturend te zijn, zouden ze ondersteunend en faciliterend moeten optreden. Professionals moeten leren luisteren naar wat mensen écht willen en nodig hebben, in plaats van zelf te bepalen wat goed voor hen is. Dit vraagt niet alleen een andere houding, maar ook een diepgaande cultuuromslag binnen instituten en organisaties.
In dit verband is het interessant om te kijken naar het idee van blauwe zones, gebieden waar mensen significant ouder en gezonder zijn dan elders. Vaak denken we hierbij aan exotische locaties, ver weg en bijna mythisch, met mysterieuze tradities of wonderlijke diëten. Russell trekt deze romantiek nuchter uit elkaar. Volgens hem ontstaat een nieuwe blauwe zone niet omdat er toevallig een bijzonder dieet wordt gevolgd, maar omdat bewoners zich actief en betrokken voelen bij hun gemeenschap. Blauwe zones zijn plekken waar het gemeenschapsgevoel sterk is en waar bewoners onderling verantwoordelijkheid nemen voor elkaars welzijn.
In Nederland groeit de interesse om dit concept lokaal toe te passen, met als doel duurzame zorgsystemen te creëren die gestoeld zijn op actieve betrokkenheid van bewoners. De ideeën van Russell sluiten hier naadloos bij aan. Hij benadrukt dat het creëren van zulke gemeenschappen niet van bovenaf kan worden opgelegd door beleid of regelgeving, maar organisch moet groeien vanuit bewoners zelf. Netwerkorganisaties zoals Nederland Zorgt Voor Elkaar (NLZVE) en LSA Bewoners stimuleren en steunen deze initiatieven van onderop. Ook de beweging het onderste BOVEN vindt dat – hoe raad je het – de beweging van onderop voorrang moet hebben.
Deze aanpak stelt beleidsmakers en professionals voor een uitdagende taak. Het vraagt nederigheid—iets dat nogal eens ontbreekt bij beleidsmakers die gewend zijn zichzelf te zien als degenen die problemen oplossen. Russell confronteert hen met hun eigen beperkingen. Zijn boodschap is helder: echte oplossingen ontstaan alleen wanneer mensen zelf eigenaar worden van hun problemen en oplossingen.
Russell biedt daarnaast inzicht in concrete stappen die gemeenschappen kunnen nemen om meer autonoom te functioneren. Hij wijst op succesvolle praktijkvoorbeelden waar bewonersinitiatieven de kwaliteit van leven substantieel verbeteren. Hiermee maakt hij zijn abstracte theorie tastbaar en haalbaar. Het zijn juist deze voorbeelden die inspireren en aanzetten tot nadenken over hoe we zelf in onze eigen omgeving aan de slag kunnen gaan.
Het interessante aan Russell’s betoog is niet alleen dat hij professionals uitdaagt hun positie te herzien, maar vooral dat hij burgers oproept hun eigen kracht te herontdekken. Dat is krachtig, maar tegelijkertijd ook confronterend. Want laten we eerlijk zijn: het is soms comfortabeler om te geloven dat professionals de beste antwoorden hebben. Russell dwingt ons na te denken over hoe we onze eigen verantwoordelijkheid voor democratie, welzijn en gezondheid uit handen hebben gegeven.
Daarmee is ‘Rekindling Democracy’ een belangrijk boek, juist omdat het schuurt en provoceert. Russell biedt geen gemakkelijke oplossingen of een snelle fix voor diepgewortelde problemen. In plaats daarvan presenteert hij een visie die aanzet tot nadenken, discussie en vooral actie. Zijn boodschap – dat we democratie en zorg niet langer moeten zien als iets dat we afnemen, maar als iets dat we samen creëren – is zowel hoopvol als uitdagend.
Juist daar waar het schuurt, waar het ongemakkelijk wordt, daar beginnen we vaak pas echt na te denken. En precies daarom is dit boek het lezen waard.
Zie ook Leren van: “Rekindling Democracy”. En bekijk het inspirerende interview met een bevlogen Cormac Russell over “Rekindling Democracy”.